Biesbosch

Het ontstaan

De Biesbosch is ontstaan door een waternoodsramp, de St. Elizabethsvloed, in 1421.

Het maar amper beveiligde land werd geteisterd door zware stormen en een hoge vloed. Toen het water door de zwakke dijken brak was er geen houden meer aan. De laaggelegen landerijen liepen vol en een vijftal dorpen werd totaal weggevaagd. Wat er overbleef was een grote binnenzee.

Omdat er twee grote rivieren, de Maas en de Waal, in deze binnenzee uitmonden, kwam het sediment dat deze rivieren meevoerden in de binnenzee en bezonk daar.

In een snel tempo kwamen er meer en meer zandbanken. Het is duidelijk dat de Biesbosch, een uniek natuurgebied, vanaf het begin van zijn bestaan door mensenhanden is ontstaan. Iedere keer als een zandbank zijn kopje boven de vloedlijn uitstak, werd hij door de plaatselijke bevolking direct omdijkt. Zo ontstonden dus de eerste polders.

Toch is de Biesbosch heel lang een gebied gebleven waar water en wind de dienst uit maakten. De eerste dijken bleken in het begin niet al te sterk. Het kwam nogal eens voor dat door najaarsstormen de pas aangelegde dijken weer wegvaagden en moest het pas gewonnen land weer aan het water worden teruggegeven. Zo kwam men er ook achter dat het veelvuldig in de biesbosch voorkomende wilgenhout uitermate geschikt bleek, om als zinkstukken samengevlochten, te dienen als fundament voor de dijken die daardoor veel sterker werden.

Varen in de Biesbosch

Zinkstukken

Tot ver in de 20ste eeuw zijn in de Biesbosch nog zinkstukken gevlochten. Om aan het benodigde hout voor die zinkstukken te komen, werden hele wilgenbossen aangelegd. De stam werd niet hoger dan een halve meter en de takken werden om de 2 jaar door een klein leger griendwerkers gekapt. Deze mensen leefden onder erbarmelijke omstandigheden in een soort houten hutten in de Biesbosch. Later werden een aantal stenen varianten gebouwd, waarvan er nog enkele bewaard zijn gebleven. Van een paar houten exemplaren zijn nog de fundamenten te vinden.

Het water van de Biesbosch

Biesbosch in de 2e wereldoorlog

Al met al bleef de Biesbosch een zeer ontoegankelijk gebied. Dat bleek ook zo in de tweede wereldoorlog. De Biesbosch heeft nooit echt tot het bezette gebied behoord. Omdat de Duitsers het gebied niet kenden en niet wisten waar de verraderlijke zandbanken lagen. Want als een boot van de Duitsers vastliep op een zandbank, waren de mensen van het verzet er als de kippen bij om ze op te pakken. Dat dat succesvol was bleek na de bevrijding. De verzetsmensen kwamen uit de biesbosch met 76 Duitsers die maanden en in sommige gevallen ook jaren, in de biesbosch gevangen hadden gezeten.

Met een boot onder de brug door

Ook bleken een groot aantal boten, waaronder politieboten, vissersboten en een hele vloot vrachtboten,die de Duitsers na de bezetting wilden confisqueren, van de aardbodem te zijn verdwenen. Het is natuurlijk duidelijk dat na de bevrijding deze boten uit de Biesbosch kwamen, waar ze al die jaren onder zeilen in doodlopende kreekjes hadden gelegen.

De prachtige natuur van de Biesbosch

Na de tweede wereldoorlog kwam al het normale leven langzaam weer op gang. De mensen werden steeds rijker en kregen ook meer vrije tijd. Zo begonnen steeds meer mensen in het weekend met een bootje de Biesbosch in te gaan en kwam ook het aspect natuur onder de aandacht.

Een klein eilandje in het water van de Biesbosch

Alleen werd daar in het begin van de jaren 60 anders over gedacht dan nu. Er zijn zelfs plannen ontwikkeld om van de biesbosch een compleet pretpark te maken met draaiende restaurants, meerdere jachthavens en campings.

Gelukkig heeft men op tijd ingezien dat zoiets de Biesbosch helemaal zou ru´neren. Toch heeft de aanleg van de spaarbekkens, die het drinkwater voor onder andere Rotterdam bewaren, gezorgd dat bijna alle boeren die in de biesbosch woonden en werkten moesten vertrekken. De meeste boeren hebben een nieuwe stek gevonden in een van de nieuwe IJsselmeerpolders. Maar de grootste verandering die er voor zorgde dat de recreatie een boost kreeg, was de sluiting van het Haringvliet. De getijdenbewegingen, in de Biesbosch tussen een meter en anderhalve meter, waren door de sluiting nagenoeg verdwenen. Dit had het voordeel dat de recreanten niet zo bang meer hoefden te zijn om met hun boot vast te lopen.

Met de boot langs het droge

De Biesbosch nu

Sindsdien is de Biesbosch een gebied waar de griendwerker niet meer is en de boer er bijna niet meer voorkomt. Maar ook de veerman is er niet meer. Hij die er vroeger voor zorgde, in zomer en winter, een bewoner uit de Biesbosch over te roeien. Er werd dan een tenen mand in een soort galg gehesen als teken voor de veerman. De mand is er nog. Die is als een soort monument blijven staan.

Sinds een paar jaren is de Biesbosch een nationaal park. Dat wil zeggen dat naast de recreant wat minder en de natuur meer ruimte kreeg. De sinds eeuwen door de boeren bewerkte polders werden weer teruggegeven aan de natuur. De dijken van deze polders werden doorgestoken waardoor een soort van wetland is ontstaan, zodat steeds meer vogelsoorten terug naar de biesbosch komen. Hij is pas een paar keer boven de biesbosch gezien, maar u moet niet schrikken als u toevallig een visarend boven u ziet vliegen.

De zilverreiger die vroeger een zeldzaamheid was, kunt U nu met tientallen op een rijtje zien zitten. Zo zijn er vele verschillende vogelsoorten die, voor wie er een oog voor heeft, veel plezier kunnen bezorgen. Maar ook de bever is terug. Ongeveer 15 jaar geleden zijn een drietal paartjes uit het voormalige Oost Duitsland overgebracht naar de biesbosch. Nu laten een vijftigtal bevers over de hele biesbosch verspreid hun specifieke sporen achter.